Duck

De Duitse uitgever Huch voorziet de meeste familiespellen standaard van Nederlandstalige spelregels. Sinds kort worden deze spellen bij ons gedistribueerd door HOT Games. Ik maakte begin juli kennis met het kaartspelletje Duck. Een paar weken speelplezier later is het tijd om er iets over te schrijven. De titel van het spel slaat op meer dan de stoere eend op de cover, duiken is een wezenlijk spelelement. Het deck bestaat uit 69 eendenkaarten in de kleuren rood, blauw en geel, met de waardes 0-8. Iedere speler krijgt een strandlaken, waaronder hij zijn gescoorde kaarten bewaart. De buit van elke speelronde is een reddingsboei met een oplopende waarde van 6-10 punten. Je speelt vijf rondes.

Iedere speler begint elke ronde met zeven handkaarten, de deler legt verder één open kaart op zijn aflegstapel. De volgende speler begint de ronde en kiest uit twee acties: 1) kaarten spelen en één kaart trekken, of 2) duiken.

Wanneer jij kaart(en) speelt moet jij of één of meer kaarten met hetzelfde cijfer uitspelen (de kleur maakt niet uit), of een op- of aflopend straatje van minimaal drie kaarten in dezelfde kleur. Uitgespeelde kaarten leg jij in de gekozen volgorde op jouw eigen aflegstapel. Na het uitspelen trek jij de bovenste kaart van de dichte stapel of de bovenste kaart van de aflegstapel van een directe buurman.

De ronde is meteen voorbij wanneer jij jouw laatste kaart hebt gespeeld. Dan leg jij de reddingsboei van deze ronde onder jouw strandlaken. De medespeler met de hoogste handwaarde krijgt niets, de andere spelers mogen hun hoogste handkaart onder hun strandlaken leggen.

De tweede actiemogelijkheid is duiken. Ook hiermee beëindig je de ronde, maar dit mag alleen wanneer jouw handwaarde tien of minder bedraagt. Dan vergelijk jij jouw handwaarde met jouw medespelers. Ben jij de laagste, dan leg jij de reddingsboei van deze ronde en jouw hoogste handkaart onder jouw strandlaken. Ben jij niet de laagste, dan scoor je de negatieve achterkant van de reddingsboei. Ook nu krijgt de medespeler met de hoogste handwaarde niets en morgen de andere spelers hun hoogste handkaart onder hun strandlaken leggen.

De deler schuift elke ronde door. Na vijf rondes worden de punten geteld.

Ten slotte

Duck is zo simpel dat je het bijna onnozel vermaak zou kunnen noemen. Dit doe ik niet, omdat het duiken als middelpunt van het speelplezier goed functioneert. Natuurlijk moet je mazzel hebben met jouw kaarten en moet jij een beetje gokken, maar op de weg ernaartoe heb jij jouw hand te managen en keuzes te maken. Er zit een beetje druk op die keuzes, omdat jij met een hoge kaart ook lekker kunt scoren naast de reddingsboei. Dit geldt ook voor de spelers die de ronde niet beëindigen, maar met een te zware hand scoort men dan helemaal niets. Je zoekt dus een balans tussen veilig en gulzig.

In de vele potjes die ik inmiddels heb gespeeld, bleek leedvermaak een bron van plezier. Heeft een medespeler net de juiste kaart gepakt om zijn hand vol zevens de volgende beurt in één klap uit te spelen, beëindig jij de ronde met een frisse vroege duik en verdient hij helemaal niets.

Duck is een prima familiespelletje voor de (virtuele) vakantiekoffer. Volgens de doos is het geschikt voor spelertjes vanaf acht jaar, maar wanneer jongere kids al wat gewend zijn aan kaartspelletjes kunnen ze gewoon leuk meespelen.

Auteur: Johannes Krenner
Uitgever: Huch!
Informatie: BGGLuding
Aantal spelers: 3-5
Leeftijd: vanaf 8 jaar
Speelduur: ong. 15 minuten