In dit deel van het Spiel 2025 verslag laat ik je aan de hand van korte spelbeschrijvingen kennismaken met enkele nieuwe spellen. Tijdens mijn twee beursdagen was ik drukker met fotograferen, slenteren en kletsen dan met spelen, onderstaande oogst is dus bescheiden.
In de stand van Jolly Dutch ontmoette ik mijn vriend Bob en zijn zoon Werner. We deelden daar een speeltafel voor een pot Antscape, het fonkelnieuwe kaartspel van deze Nederlandse uitgever, dat is ontworpen door Paul Gigengack. In dit spel ligt een hoeveelheid mierenhopen op tafel, die de spelers claimen om winstpunten te verdienen. Je speelt elke beurt met een hand van vier kaarten. Aan het begin komen ze uit jouw startdeck, later kun je betere kaarten toevoegen. Voor het claimen moet je in jouw beurt kaarten met de juiste symbolen uitspelen en één van jouw hierbij gebruikte startkaarten met jouw symbool bovenop de heuvel leggen. Laatstgenoemde kaart verdwijnt daarmee uit jouw deck. Voorafgaand aan het claimen mag je één actiesymbool op een handkaart gebruiken. Als alternatieve actie mag je jouw hand afleggen om één nieuwe, meestal betere, kaart uit de markt te rekruteren. Wanneer de heuvels zijn geclaimd, volgt de puntentelling. Mijn eerste indruk is positief. Antscape is een vlotte deckbuilder, waarbij het opschonen van je deck automatisch plaatsvindt wanneer je een heuvel claimt. Het aanschaffen van de betere rekruutkaarten is belangrijk, zowel door de betere acties als door de dubbele symbolen. Het spel is niet erg interactief, behoudens een actie waarmee je een plaagstootje kunt uitdelen.


Jolly Dutch pakte verder uit met het nieuwe bordspel Kuldhara van Glenn Dejaeger. In dit spel ga je met jouw kameel op pad om op vijf locaties vijf soorten edelstenen te verzamelen. Hiermee vorm je puzzelachtige configuraties op jouw speelbord, om openliggende opdrachtkaartjes te vervullen waarmee je winstpunten verdient. Acties betaal je uit jouw watervoorraad, je mag er twee per beurt doen. De actiekosten van verplaatsingen zijn variabel, omdat het desbetreffende woestijnbordje elke ronde draait. Grondstoffen verzamelen om opdrachten te vervullen is een bekend mechanisme, dat aan veel speeltafels in de smaak valt. Zo ook op de beurs, getuige de achtste plek op de bekende hitlijst van FairPlay.

Bij Portal Games vlogen de tweede editie van Age of Galaxy en Bohemians over de toonbank. Laatstgenoemde is een ontwerp van de Nederlandse spelauteur Jasper de Lange. Op de beurs Spellenfestival Genk heb ik voor het eerst kennisgemaakt met deze vlotte en sfeervolle deckbuilder. Inmiddels ben ik een paar potjes verder en ben ik nog steeds enthousiast. Ik heb inmiddels aan den lijve ondervonden hoe belangrijk het is om de toevoer van de negatieve kaarten te onderdrukken. Als je dit teveel laat lopen, eindig je zomaar in een negatieve spiraal en kun je het schudden.

Een korte spelbeschrijving als opfrisser: Bohemians is een deckbuilder, waarbij je een Parijse kunstenaar speelt, die elke dag op zijn tableau een inspirerende dagvulling presenteert. Je wordt uitgenodigd om jouw dag met een leuk verhaal te beschrijven. Dit doe je aan de hand van mijlpaalkaarten, waarvan je de symbolen aan de zijkant wilt verbinden om inspiratiepunten te verdienen. Deze punten heb je nodig om betere kaarten te machtigen, waarmee jij jouw matige startdeck kunt verbeteren. Dit zijn sterkere mijlpalen of de belangrijke muzen, die je aan mijlpalen koppelt voor leuke bonussen. Met de inspiratiepunten koop je ook de belangrijke, steeds duurder wordende, prestatiekaarten. Deze heb je nodig om het spel te winnen. Overtollige inspiratiepunten stal je op een bordje, waarmee je later leuke dingen kunt doen, zoals extra kaarten trekken of ongewenste kaarten verwijderen. Over ongewenste kaarten gesproken; wanneer jij jouw dag volledig vult met creativiteit, heb je te weinig aandacht voor de gevaren van de negentiende eeuw, waardoor er ellende in jouw deck belandt. Denk hierbij aan nare ziektes, die niet alleen jouw deck vervuilen, maar vaak ook zeer vervelende terugkerende effecten hebben.

Asmodee vulde een groot deel van de nieuwe hal 7. Een sfeervol aangeklede stand was bestemd voor het coöperatieve kaartspel Take Time. Dit spel is ontworpen door Alexi Piovesan en Julien Prothière en wordt uitgegeven door Libellud. Dit prachtig uitgevoerde spel roept een speelgevoel op dat we kennen van spellen als De Crew, The Mind en The Game. Het is een leuke uitdaging om de in complexiteit toenemende opdrachten te vervullen. Ik hoorde van Bastiaan Nox dat Asmodee dit spel ook groots zal presenteren op het Spellenspektakel. Op deze grote Nederlandse beurs kun je o.a. een pot met Nox spelen. Naar verluidt maak je dan kans op een leuke promo (deze keer geen sleeves, maar een spelinhoudelijk extraatje). Op Nox’ YouTubekanaal vind je een leuke video over Take Time.

De Duitse uitgever Amigo is al sinds de jaren negentig een vaste leverancier van leuke kaartspelletjes. Rond de eeuwwisseling heb ik tientallen spellen voor ze vertaald en waren ze sponsor van de door mij georganiseerde “rare kaartspel toernooien” op de Ducosimbeurzen. De toenmalige redacteur Uwe Mölter werkt er al jaren niet meer, maar ik heb nog steeds dierbare herinneringen aan die tijd. Anno 2025 ben ik een gewone consument, die af en toe een leuk kaartspelletje bij ze koopt.

Bij Reiner Knizia’s Meister Makatsu heeft iedere speler zijn eigen kaartstapel met 24 kaarten in drie kleuren (waarde 1-8). Elke slag trekken de spelers vier kaarten, waarvan ze er beurtelings in twee stappen twee uitspelen. De gespeelde kaarten gaan uit het spel, de andere twee landen op jouw eigen kaartstapel voor de volgende ronde. Vervolgens wordt per kleur bepaald wie de hoogste waarde heeft gespeeld (de tie-breaker is de laatst gespeelde kaart). Blauw geeft je één strafpuntfiche, geel twee fiches en paars één fiche plus de startspelerfiguur. In de eerste ronde zijn deze fiches één strafpunt waard, in de tweede ronde twee strafpunten en in de derde drie strafpunten. De crux is om jouw hoge kaarten tegen zo min mogelijk strafpunten uit je deck te krijgen. Dit vraagt om handmanagement met een blik op de toekomst. Toegankelijk, vlot en een leuke spanningsopbouw. Bij een grote bezetting is het wat gemakkelijker om strafpunten te ontwijken. Een positie op de achterhand is fijn, omdat je dan vaak kunt sturen waar de fiches landen. Meister Makatsu is mij goed bevallen. Naar verwachting komt 999 Games volgend jaar met een Nederlandse editie.

Shadow Cards is een slagenspel voor 2-5 spelers, ontworpen door Bob Kamp en Christian Effenberger. Er zijn 60 kaarten in vier kleuren (waarde 0-14). Na het delen va de kaarten voorspelt iedereen hoeveel slagpunten hij denkt te halen. Wanneer je een slag wint, voeg je de waarde van één van de gewonnen kaarten toe aan je slagpuntentotaal. Het slagenspel is bekende kost; je moet kleur bekennen, rood is altijd troef. Nadat de slagen zijn gespeeld, wordt de score bepaald. Heb je net zoveel slagpunten als je voorspelling, scoor je het drievoud van je voorspelling. Heb je meer slagpunten, dan scoor je de som van slagpunten en voorspelling; bij minder slagpunten scoor je alleen deze punten. Heb je de meeste slagpunten, maar niet zoveel als je voorspelling, scoor je jouw hoogste drie slagpuntkaarten met aftrek van de rest. Dit is een op zich leuke variant uit de Boerenbridgefamilie, die het moet hebben van de bijzondere scoreregels.

Bij de stand van HOT Games en Gam’inBIZ werd ik welkom geheten door de immer vriendelijke gastheer Wido. Onder het genot van een lekkere bak koffie wisselden we ervaringen uit. HOT Games presenteerde de Nederlandstalige editie van het nieuwe spel Oliva, een spel van het auteursduo Costa & Rôla (o.a. bekend van Café en Latta), dat is verschenen bij de Portugese uitgever Pythagoras. Laatstgenoemde heeft bij de eerste zending, naast de gewenste Nederlandse regels, per abuis Portugese regels toegevoegd. Deze worden t.z.t. vervangen door de beoogde Engelse regels, zodat de expatmarkt in Nederland ook olijfolie kan persen.

Bij Oliva zijn de spelers olijfboeren, die met hun acties onder meer olijven oogsten, olie persen en olie verkopen. Jouw startdeck is jouw aanvankelijke actiemotor. Tijdens het spel voeg je betere kaarten toe en kun je ongewenste kaarten als olijfpulp uit je deck verwijderen. Aan het begin van een actiecyclus heeft iedereen twee open kaarten op zijn bordje liggen. De actieve speler speelt een derde kaart en voert de afgebeelde actie uit. Staat dit actiesymbool ook op andere open kaarten (van jezelf en/of medespelers), dan mag je de actie vaker uitvoeren. Je medespelers doen beurtelings hetzelfde. Na twee acties is de cyclus afgerond en schuift het initiatief door. Dit doe je uiteraard allemaal voor de winstpunten, die je vooral verdient door verkoop op de wereldmarkt, herhaalde transacties met landen waarin je een belang hebt verzameld en met het verzamelen van actie- en scorekaarten. Ik heb een leuke pot met twee spelers achter de kiezen. Dit spel ga ik met plezier vaker op tafel leggen. Aanbevolen!

Op de Neuheitenschau had ik al een ander nieuw spel van HOT Games gezien. The Royal Study is een spel voor 1-2 spelers waarbij je biedt op het aantal schaakzetten waarin jij een opdrachtkaart denkt te kunnen vervullen. Met een plus op jouw bod kun de je opdrachtkaart (om)draaien. De vijf speelstukken bewegen uiteraard als de desbetreffende schaakstukken. Dit spel is ontworpen door Stan van Rooijen, de bedenker van het bekroonde roll & write spel Locus. Het laatstgenoemde spel werd elders op de beurs gedemonstreerd door Tucker’s Fun Factory.

Michiel de Wit van Gam’inBIZ was af en toe ook op de stand te vinden, maar het grootste deel van de dag was hij elders druk met zakelijke beslommeringen. Op de Neuheitenschau presenteerde hij zijn nieuwe titels, waaronder het dobbelspel Caterpillars en het tweepersoonsspel Hidden Leaders Duel. Met de rupsen heb ik nog niet gespeeld, laatstgenoemde heb ik al wel vaker op tafel gehad. Dit is een dynamisch en interactief duel om invloed en winstpunten. Tot op het einde moet je alert zijn, omdat de situatie met een paar listige zetten zomaar kan kantelen. Ik vind dit een heerlijk tweepersoonsspel.

AEG en Flatout Games presenteerden Propolis, een worker placement spel van Molly Johnson, Robert Melvind en Shawn Stankewich (het supertrio achter leuke spellen als Ten en Point Salad). In dit spel zet jij jouw bijenwerkers in om grondstoffen te verzamelen, te ruilen of extra werkers te krijgen. Deze heb je nodig om gebouwkaarten te kopen. Deze gebouwen geven je een mix van winstpunten, extra werkers en permanente grondstoffen. Laatstgenoemden vereenvoudigen de aanschaf van dure gebouwen. Je hebt ze ook nodig om een paleis voor de koningin te kunnen bouwen. De werkers bezetten velden op gebiedskaarten (de achterzijde van de gebouwen). Ingezette werkers kun je fortificeren om nogmaals de buit te pakken. Bovendien geven ze dan meer invloed op de desbetreffende rij gebieden, wat een bonus kan opleveren. Het spel eindigt wanneer iemand zijn tiende gebouw/paleis heeft gekocht. Dan worden de punten geteld. Propolis is mij goed bevallen. De permanente grondstoffen doen denken aan Splendor. Het subspelletje op de gebiedskaarten is een leuk extraatje, zowel door de bonusjoker als door de mogelijkheid om veel werkers terug te halen zonder daarvoor een actiebeurt te verspillen.


Bij Ravensburger zag ik The Druids of Edora, een nieuw spel van Stefan Feld. Ik heb het niet gespeeld of goed bekeken. Ik zag iets van druïden, dobbelstenen inzetten en menhirs en hunebedden. Het spel bevat Nederlandstalige spelregels en is inmiddels opgedoken in onze speciaalzaken. Ik heb wel speelervaring met Prisma, de nieuwe uitbreiding van het toegankelijke deckbuilding spel Mycelia. Deze uitbreiding introduceert een nieuwe druppelsoort, die je ook van jouw bordje moet zien te krijgen. Deze druppels geven je gunstpunten op een gunstspoor aan de rand van de draaischijf. Hiermee kun je de nieuwe giftkaarten verdienen, waarmee je de effecten van andere kaarten kunt versterken. Een leuke aanvulling, die het basisspel verrijkt zonder het ingewikkeld of stroef te maken.

Dranda Games presenteerde Lost Lumina, de Engelstalige versie van het tweepersoonsspel dat als Lost Light bij Board Game Circus was verschenen. In dit prachtig uitgevoerde spel draften de spelers een deck van tien kaarten. Deze gebruik je als actiepunten om nieuwe eenheden op het bord te zetten en/of te verplaatsen. Of je gebruikt een kaart in een veldslag in een gebied met vijandige eenheden. Op de meeste kaarten staat een speciale actie, die in de afgebeelde tussenstap van een veldslag wordt geactiveerd. Jouw gevechtskracht is normaliter de som van de kaart, jouw aantal eenheden en een dobbelsteen. Wanneer je de laatste eenheid van de tegenstander van het bord tikt, heb je meteen gewonnen. In de potjes die ik tot nu toe heb gespeeld, gebeurde dat zo grillig en plotseling, dat het spel vooral een onbevredigend gevoel opleverde. Meer speelervaring zal vermoedelijk voor iets meer scherpte tijdens het draften zorgen en daarmee iets meer control, maar ik ben inmiddels zo teleurgesteld dat deze naar de verkoopstapel mag.

De Japanse uitgever Engames is in eigen land vooral actief met Japanse versies van bij ons bekende toppers. Op Spiel presenteerde Engames twee Japanse spellen. Deze bleken populair; ruim een half uur voor de start van de beursdag stond er al een slangvormige rij voor de verkoopbalie. Gelukkig had de uitgever zijn beschikbare spellen over de beursdagen verdeeld, zodat er ook na donderdag nog iets viel te halen. De eerste Japanse titel was Nokosu Dice, een heruitgave van Yusuke Matsumoto’s slagenspel dat kaarten en dobbelstenen combineert. Spellenpoort Amersfoort heeft dit spel inmiddels in de winkel liggen.

De tweede titel was Ghost Lift van Onegear. Dit is een climbing game met een lollig thema: de spelers zitten in een spooklift, waarin ze worden belaagd door de geesten van overleden inwoners van een flatgebouw. Het kaartendeck bestaat uit 60 kaarten met de waarde 1-10. Op sommige kaarten vind je verder een symbool waardoor de richting van de lift verandert. Dit wordt bijgehouden op een liftbordje. Iedere speler begint met zes handkaarten. Op tafel ligt een centrale kaart, met daarnaast een rijtje kaarten die je als bonus kunt bemachtigen. De actieve speler mag passen (en later weer instappen) of één of meer kaarten met dezelfde waarde spelen. Afhankelijk van de stand van de lift moet(en) deze kaart(en) hoger of lager zijn dan de centrale kaart(en). Je mag maximaal één kaart meer spelen dan de centrale kaart(en). Ligt er geen centrale kaart, dan is het aantal niet beperkt. Speel je een kaart met een nieuwe liftrichting, dan wordt deze aangepast. Jouw gespeelde kaart(en) is/zijn de nieuwe centrale kaart(en). Wanneer alle spelers op rij passen, worden de centrale kaarten verwijderd en start degene die als laatste kaarten speelde de nieuwe slag. Na je beurt mag je een stapeltje identieke bonuskaarten aan je hand toevoegen. Wanneer iemand zijn hand leeg speelt, krijgen de andere spelers een genummerd spookje voor elk kaartwaarde in hun hand. Je begint met de witte kant, de volgende keer draai je het spookje naar de groene kant. Wanneer je voor de derde keer door hetzelfde spook wordt opgeschrikt, heb je verloren. Je verliest ook wanneer drie verschillende spookjes jou tweemaal bang hebben gemaakt. Alle andere spelers hebben dan gewonnen. Ghost Lift is een geslaagde variatie op een bekend mechanisme, waarop een leuke setting is geplakt.
Deep Print Games had vier nieuwe releases. Skybridge is een bordspel van Michael Rieneck en Franz Vohwinkel, dat zich afspeelt in de door laatstgenoemde ontwikkelde gelijknamige fantasievolle setting. In dit kaartgestuurde spel construeren de spelers een luchtbrug met zeven elementen. Deckers is een solitair of coöperatief spel van Richard Wilkins, waarbij je een netwerk met vijf servers moet hacken. Deze twee complexere spellen heb ik nog niet bekeken of gespeeld. Stefan Feld’s sublieme ontwikkelingsspel Civolution is uitgebreid met de Acceptance Letter, een enveloppe met drie sets. Set A geeft elke beschaving een eigen starting attribute chip, met asymmetrische voordeeltjes. Set B introduceert creaturen, die je voor voedsel kunt jagen en die je kunt temmen voor andere voordelen. Set C bevat 15 sterke level 4 moduletegels, waarvan elke beschaving er drie kan inzetten.


De vierde nieuwe titel is het slagenspel Ghostbumpers. Iedere speler heeft een setje karakterkaarten (één keer angstig, zes keer rustig). Het deck bestaat uit 67 monsterkaarten (7 keer 1-4 en 6-9, 10 keer 5 en één keer 0/10, waarvan de speler de waarde kiest). Met minder spelers moet je kaarten verwijderen. Iedereen krijgt negen monsterkaarten. Vervolgens schuif jij jouw angstige karakter op de gewenste plek in jouw karakterstapeltje. Daarna worden de slagen gespeeld. Daartoe speel je één of meer gelijke kaarten. De volgende spelers spelen ook één of meer kaarten (je hoeft geen cijfer en/of aantal te bekennen). Een enkele kaart heeft zijn afgebeelde waarde. Een setje vormt een decimaal getal (aantal kaarten voor de komma, waarde achter de komma. Drie keer vijf is dus 3,5). Speel je meer dan één kaart, dan vul je jouw hand aan met het aantal extra gespeelde kaart(en). De hoogste waarde wint de slag en draait zijn bovenste karakterkaart open (plus één extra voor elke 5 in de gewonnen slag). Wordt daarbij het angstige karakter onthuld, dan eindigt de ronde. Deze speler krijgt geen punten. De medespelers krijgen één punt voor elke rustige kaart onder hun eigen angsthaas (en zelfs twee punten wanneer hun angsthaas bovenop ligt). Heb jij jouw angsthaas onderop gelegd en win je de laatste slag, dan levert jouw paranoia jou 10 punten op en de rest krijgt niets. Een frisse, grappige variant op bieden op slagen.
7 Wonders Dice is een roll & write spel dat is geïnspireerd door de illustere voorganger. Dit spel is ontworpen door Antoine Bauza. Iedere speler heeft een uitwisbaar (mild asymmetrisch) bordje met zeven gebouwen in zes kleuren (twee rode), velden voor drie wonderen, een pakhuis voor zes permanente grondstoffen, een goudvoorraad waar je munten kunt opsparen en uitgeven en drie bonusvelden. Laatstgenoemden mag je invullen wanneer je een gebouw volledig hebt voltooid. Het spel begint met zeven dobbelstenen (drie grijze en één voor de gebouwkleuren rood, groen, geel en blauw). De actieve speler schudt de dobbelshaker en tilt de deksel op. Het kwadrant bepaalt hoeveel munten een dobbelsteen kost. Iedere speler kiest er één (desgewenst dezelfde als een voorganger), betaalt de munten en kruist een passend veld aan. Dit kost je grondstoffen, waar nodig aangevuld met munten. Aan het begin voelde het een beetje als een flauwe herhaling van zetten. Naarmate het spel vorderde begon het wat meer te leven, omdat er druk op de ketel kwam door de race naar bonussen en daarmee het einde van het spel. Teleurstellend is de totale afwezigheid van drafting, het mechanisme dat de bekroonde voorganger geliefd maakt. Ook de generieke grondstoffen zijn een versimpeling die de ludieke uitdaging verkleint. Op zichzelf beschouwd is dit een aardige roll & write. Met de kennis van vroeger valt het spel tegen. De Nederlandstalige editie ligt al in de winkels.

The Slasher is een coöperatief slagenspel voor twee spelers van Jelly Jelly Games. Tijdens een kampeervakantie worden we belaagd door een moordlustige maniak. Hieraan we jullie ontsnappen door vier van vijf “escape items” te bemachtigen. We verliezen het spel wanneer een speler zijn laatste levenspunt verliest of wanneer we de derde valstrik in het bos hebben geactiveerd. Communiceren over handkaarten is verboden.
Het slagenspel wordt gespeeld met acht handkaarten uit een deck van twintig (waarde 1-5 in vier kleuren). Uit de resterende vier kaarten wordt de troefkleur gedraaid. De actuele gebiedskaart bepaalt de startspeler. Op deze kaart staat ook een speciale regel, die een extra uitdaging voor de slagen oplevert. Leef je deze niet na, dan activeer je een valstrik. Het slagenspel is bekende kost: uitkomen, kleur bekennen, troeven. De winnaar van de slag bewaart deze kaarten open. Nadat alle slagen zijn gespeeld, sorteren de spelers hun gewonnen kaarten op kleur. Witte kaarten worden op basis van je gezondheid behandeld als een andere kleur.

Daarna start de item-fase. Aan het begin hiervan kun je eerder verdiende items inzetten in jouw voordeel. We trekken om de beurt zoveel itemkaarten als ons aantal gewonnen gele kaarten (minimaal één). Als de killer niet opduikt, mag je één item houden. Als de killer wel opduikt verlies je één levenspunt, aangevuld met het aantal slashsymbolen op je gewonnen rode kaarten. Dit rode gevaar kun je neutraliseren met het op de rode kaart afgebeelde aantal groene kaarten. Aan het einde van de item-fase ruim je het een en ander op, trek je een nieuwe gebiedskaart en begin je weer met het slagenspel. The Slasher is een heerlijke en spannende uitdaging voor twee spelers. Echt een toppertje. De masochisten onder ons kunnen de uitdaging vergroten met extra beperkingen.